IV-2.2.2 Curriculum vitae (Dutch)

1. Burgerlijke staat

Frans J.M. van DOORNE, geboren 07.01.1933

Gehuwd. Woonachtig te Heerlen sinds 2012.

2. Opleiding

1951 staatsexamen gymnasium A (aansluitend een jaar noviciaat in de Congregatie van de H. Geest.)

– 1952-1958 filosofische en theologische studies in het kader van een priesteropleiding

–1952-1954 filosofiestudie aan groot-seminarie te Gemert, afgesloten met een scriptie ‘Lichamelijkheid bij Merleau-Ponty’

–1954-1958 studie theologie aan de Theologische Faculteit van de Jezuïeten te Leuven. Licentiaat in de theologie (cum laude). Licentiaatsverhandeling: Kritische beschouwingen aangaande het commentaar van Th. Deman op 2a. 2ae.qu. 47-56 van Sint Thomas’ Summa’ (over de prudentie), 38 p.

-1958-1960 voortgezette studie filosofie te Leuven

— als privéstudent bij Prof.dr. D.M. De Petter voor metafysiek en wijsgerige anthropologie aan het Philosophicum van de Dominicanen te Leuven

–als ‘vrij student’ aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven (Belgie), licentiaatscolleges in de Nederlandse- en Franstalige afdeling

-1961-1966 studie filosofie te Nijmegen, gecombineerd met een part-time docentschap aan het groot-seminarie in Gemert, voor een half jaar onderbroken wegens ziekte.

–1962 candidaatsexamen (cum laude)

–1966 doctoraalexamen (cum laude). Hoofdvak natuurfilosofie en wetenschapsleer (Van Melsen),bijvakken: kennisleer en metafysica (Plat) en wijsgerige en empirische anthropologie (Strasser). Doctoraalscriptie: De verhouding van wijsgerige anthropologie en natuurfilosofie. Aanzet tot een plaatsbepaling van de natuurfilosofie naar aanleiding van de anthropologie van De Petter, 113 p. In het kader van het hoofdvak gedurende het academisch jaar 1962–1963 een stage van 3 dagen per week op het laboratorium voor genetica onder leiding van Prof. Geerts

-1966-1967 studieverblijf van een jaar aan de Duquesne University te Pittsburgh (U.S.A.) voor een grondige kennismaking met wetenschapsfilosofisch en methodologisch werk van het (fenomenologisch georiënteerde) Department of Psychology. Begeleider Prof. A. Giorgi. Dit studieverblijf sloot goed aan bij de vele colleges psychologie waarmee door mij zowel in Leuven als in Nijmegen de vakstudie wijsbegeerte werd aangevuld

-1982 promotie tot doctor in de wijsbegeerte aan de Erasmus-Universiteit te Rotterdam. Promotor Prof. dr. H. Kimmerle. Titel van het proefschrift: Naar nieuwe grondslagen van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. De ontwikkeling van Habermas’ reconstructieve filosofie in de jaren 1960-1980.

3. Functies

1960-1969 staflid van het groot-seminarie van de Congregatie van de H. Geest te Gemert

–1960-1966 docent filosofie aan hetzelfde instituut voor natuurfilosofie, wetenschapsleer en geschiedenis van Oudheid en Middeleeuwen

–1966-1967 sabbath-jaar. Studieverblijf aan de Duquesne University

–1967-1969 docent wetenschapsleer aan het (toenmalig) Theologisch Instituut te Eindhoven (concentratie van de priesteropleiding van een aantal groot-seminaries)

-1969-1987 werkzaam bij de vakgroep Wijsbegeerte van de Faculteit der Ecomische Wetenschappen van de KHT, eerst als wetenschappelijk medewerker, daarna als wetenschappelijk hoofdmedewerker, en sinds 1985 als universitair hoofddocent

-1987-1998 werkzaam bij de Vakgroep Grondslagen van de Wetenschappen van de nieuw opgerichte Faculteit der Wijsbegeerte van de KUB. Eerst als universitair hoofddocent voor het vakgebied filosofie van de maatschappijwetenschappen, en vanaf 1992, na ontslag op grond van gezondheidstoestand, parttime (0.3) aanstelling in de rang van UHD met een onderzoekstaak voor hetzelfde vakgebied.

-1998 leeftijdsontslag

4. Onderwijs

Ik zie er van af om in het bestek van dit curriculum een gedetailleerde inventarisatie te geven naar aard, omvang en themata van alle onderwijstaken die ik sinds 1960 heb vervuld. Ik moge volstaan met een globale aanduiding van de onderwijstaken waarmee ik aan de KHT/KUB belast ben geweest. Het betreft afwisselend reeksen van jaren propedeuse-onderwijs (voor honderden eerstejaars studenten) en reeksen van jaren doctoraalcolleges voor alle studenten van de Faculteit der Economische Wetenschappen (FEW). De propedeuse-colleges hadden steeds de vakgroep-aanduiding ‘inleiding in wijsgerig en wetenschappelijk denken’. De doctoraal colleges, die ik samen met Prof. Plattel verzorgd heb, hadden wat mijn deel aangaat aanvankelijk de algemene titel ‘Wetenschap en samenleving’; de laatste reeks heb ik gegeven onder de titel ‘Economie is  een maatschappijwetenschap’. Van al deze cursussen zijn dictaten beschikbaar gesteld. Daarnaast heb ik regelmatig, in afwisseling met collega’s van de vakgroep, werkcolleges aangeboden aan afstudeerders van de Faculteit Economische Wetenschappen die filosofie als tweede afstudeervak hadden gekozen. Onderwerp hiervan vormde meestal de rationaliteitsproblematiek van de economie. Sinds de oprichting van de Centrale interfaculteit Filosofie waren deze werkcolleges tevens een verplicht onderdeel van de zgn. C-studie ‘Filosofie van het economisch wetenschapsgebied’.

Ik vermeld verder een grootscheeps onderwijsexperiment voor het vak filosofie dat ik, ondersteund door een aantal student-assistenten, van 1969-1975 aan de Economische Faculteit heb uitgevoerd (de eerste twee jaren samen met collega M. Rijk). Betreffende dit experiment is uitgebreid documentatiemateriaal beschikbaar, en in enkele publicaties (zie onder rubriek IV Personalia de lijst van publicaties) heb ik hierover gerapporteerd. De aanpak van dit experiment was duidelijk geïnspireerd door Habermas’ theorie over sociale interactie. Mijn onderwijspraktijk van vele jaren is eveneens diepgaand beïnvloed door de ervaringen opgedaan in een tweetal ‘sensitivity’-trainingen (zomer 1967) aan het ‘Institute for Behavioral Sciences’ te La Jolla Calif.) en tijdens een, samen met de heer Rijk, in 1971 gevolgde training in het werken met groepen aan de Interactie-academie te Hove (thans gemeente Antwerpen).

In 1970 deelnemer aan de oprichtingsvergadering te Brussel van de Association Internationale de Professeurs de Philosophie  (A.I.P.Ph.), waar Marcel Fresco gekozen werd tot haar eerste voorzitter. En een aantal jaren ben ik ook actief geweest als lid van de in 1971 in Nederland opgerichte Vereniging van Filosofieonderwijs (V.F.O.)

5. Onderzoek

1975-1982 Vanaf 1975 heb ik intensief gewerkt aan mijn proefschrift over Habermas. (De voltooiïng ervan heeft flinke vertraging opgelopen door gezondheidsproblemen en door een majeure chirurgische ingreep eind 1978).

1978 Mede-oprichter , en in de loop van de tijd gedurende een viertal jaren secretaris/coördinator, van de interuniversitaire werkgroep ‘Kritische theorie en grondslagen van sociale wetenschap’. De werkgroep is een aantal jaren een onderzoeksgroep geweest van de NWO-werkgemeenschap ‘Sociale filosofie’.

Vanaf  de oprichting in 1980 tot zijn opheffing in 1986 lid op persoonlijke titel van de Werkgroep Wetenschap en Samenleving van de Academische Raad.

1983, 1985 Initiator en organisator van twee te Tilburg (1983, 1985) gehouden colloquia over Habermas’ maatschappij-theoretisch onderzoeksprogramma met een tiental Habermas’ specialisten uit België, Denemarken, Duitsland en Nederland. Het eerste colloquium werd financieel ondersteund door ZWO.

1985-1988 Vanaf 1 jan. 1985 tot 31 dec. 1988 deelnemer voor 0.3 fte in het interdisciplinair opgezette onderzoeksprogramma ‘Economie en samenleving in ontwikkeling’ van de KHT/KUB onder leiding van Prof.dr. J.J.J. van Dijck en Prof.dr.J.A.M. van Wezel met het project ‘Inhoud en functie van een algemeen maatschappijtheoretisch referentiekader voor interdisciplinaire samenwerking’.

1986 Initiator en organisator, samen met Prof.dr. P.H.M. Ruys en Prof.dr. J.A.M. van Wezel, van een colloquium over ‘Interdisciplinariteit, wetenschap en beleid’, dat in oktober 1986 in Tilburg is gehouden met financiële steun van het IVA, het TIAS en het CvB/KHT.

1985-1988 Gedurende deze jaren deelnemer voor 0.2. fte in het VF-Programma ‘Economie tussen  abstractie en toepassing’ van VU, EUR en KHT onder leiding van Prof. H. Knol (VU) met het project ‘Over een systematisch verband tussen abstractie en toepassing: de brugfunctie van het grondslagen-theoretisch begrip ‘maatschappelijke rationaliteit’.

1986 Organisator, samen met de collega’s E. Berns en P. Meys, van het colloquium ‘Normativiteit en Economie’, gehouden in Tilburg naar aanleiding van het emeritaat van Prof.dr. M.G. Plattel.

1989-1992 Deelnemer voor 0.3. fte in het nieuwe interdisciplinaire VF-Programma ‘Competitie en Coöperatie’ van de FEW/KUB voor het project ‘Grondslagenonderzoek’. Aan het programma werd vanuit meerdere universiteiten meegewerkt en de coördinatie ervan lag bij Prof.dr. P.H.M. Ruys. Tegelijkertijd deelnemer voor 0.1 fte in het VF-Programma Sociale Zekerheid als ‘Maatschappelijk Contract’ van de FSW onder leiding van Prof.dr. J.A.M. Berghman met het project ‘Het solidariteitsbegrip en de filosofie van het maatschappelijk contract’.

1992-1998  (0.3 deeltijd aanstelling tot aan pensionering) onderzoek gericht op het ontwikkelen van een mathematische reconstructie van de grondbegrippelijke structuur van Habermas’ maatschappijtheorie.

6.  Bestuurlijk werk

1984-1986 lid van het Faculteitsbestuur van de Faculteit der Economische Wetenschappen.

1986-1989 lid van de Curriculumcommissie ter voorbereiding van een Centrale Interfaculteit aan de KHT; na oprichting van de CIF lid van de zogeheten Voorbereidingscommissie (=Programmacommissie). Aansluitend lid van de Adviesraad van de Centrale Interfaculteit zolang deze raad bestaan heeft; tevens lid van de Programmacommissies I en II.

1987- 1988 lid van het Faculteitsbestuur van de Faculteit der Wijsbegeerte.

Enige jaren lid en van 1975-1977 voorzitter van de Tilburgse Commissie Studium Generale.

Vanaf de oprichting gedurende een paar jaar lid van de Adviescommissie Wetenschapswinkel.

1985 lid van de Adviescommissie Buitenlandse Betrekkingen, sinds sept. 1987 als voorzitter.

7. Overige relevante activiteiten

Redacteur, samen met Prof. J. v. Wezel en Drs. J.Vromen, van ‘Interdisciplinariteit, wetenschap en beleid'(1987

Lid van een drietal promotiecommissies: in 1987 aan de Vrije Universiteit te Brussel als lid van de kleine jury bij de promotie van de heer Stuy over het werk van A. Gehlen; in 1988 aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam als lid van de uitgebreide promotiecommissie bij twee promoties over filosofieonderwijs van de heren Van der Leeuw en Mostert.